‘Het Kruidvat is geen bibliotheek’ en andere lessen tijdens eerste schooldag asielzoekers

De schoolloopbaan van de minderjarige en niet-begeleide asielzoekers die sinds vorige maand in de Abdijschool onderdak hebben gevonden is eindelijk gestart. Dat melden Tom Rydant van het KTA en Hans Vanhulle van het Romelocollege trots aan De Klaptand.

"Het is de bedoeling dat we hen onze waarden, normen en gewoontes diets maken. En daar zullen we zeker in slagen!”

“Het is de bedoeling dat we hen onze waarden, normen en gewoontes diets maken. En daar zullen we zeker in slagen!”

“De periode van lanterfanten en niksen zit erop”, klinkt het. “Het wordt zoetjesaan het moment dat onze leerkrachten eens écht uit hun pijp komen en hun maatschappelijke relevantie bewijzen. De jongeren zitten in ieder geval op hete kolen om te kunnen bijleren. Daarom hebben we voor hen enkele belangrijke vakken en essentiële onderwerpen geselecteerd. Het is de bedoeling dat we hen onze waarden, normen en gewoontes diets maken. En daar zullen we, met het traject dat we voor ogen hebben, zeker in slagen”, beweren de heren.

“Een eerste vak waaraan we bijzonder veel belang hechten is economie. Die jongeren moeten leren wat een vrije markteconomie precies inhoudt en hoe ze werkt. Zo maken we hen bijvoorbeeld duidelijk dat wat in het Kruidvat of in het groentewinkeltje ligt, niet zomaar meegenomen mag worden. Zo vrij is de markt nu ook weer niet. Een winkel is namelijk geen bibliotheek. Op die manier leggen we meteen een bruggetje naar dat andere elementaire vak, Nederlands”, glundert Vanhulle.

“Je kan een maatschappij pas doorgronden, wanneer je haar cultuur kent. Daarom zullen we die allochtonen onze moedertaal trachten aan te leren aan de hand van enkele klassiekers uit de literaire canon. ‘De aanslag’ van Mulisch of ‘Mijn kleine oorlog’ van Boon lijken ons daartoe uiterst geschikt. Het is namelijk een ijzeren wet in het moderne onderwijs dat je moet inspelen op de leefwereld van je leerlingen. ‘Mieke Maaike’s obscene jeugd’ van diezelfde Boon en ‘Ik ben maar een neger’ van Jef Geeraerts zaliger zetten we vooralsnog niet op de leeslijst.”

Rydant neemt over: “Die gasten mogen ook niet verstoken blijven van de communautaire context van ons land. Oké, zij komen misschien uit oorlogsgebieden, maar ze mogen gerust weten dat wij het hier ook niet gemakkelijk hebben met die twee talen. Toch pakken we dat speels aan. We leren hen begrippen aan die typisch zijn voor onze Vlaamse keuken, zoals ‘amuse-gueules, consommé, hors-d’oeuvre en quiche’. Zo kunnen de jongeren zelf hun plan trekken wanneer ze over de middag met hun uitkering eens iets gaan eten in Het Vaderland of in de Kokarde, terwijl de leraars tijdens hun welverdiende middagpauze hun boterhammetjes met platte kaas zitten te verorberen in de lerarenstudio.”

“Ook maatschappijleer behoort tot het curriculum. Hoe leven wij hier? Hoe gedragen wij ons? Allemaal codes die de asielzoekers zich maar beter goed en snel eigen maken. Daarom zullen wij aan onze leerlingen vragen om hen te tonen hoe jongeren zich hier horen te gedragen. Rondhangen aan ’t Sas of in ’t park, brommertjes opfokken, na schooltijd gratis gaan eten en drinken in de Colruyt, braken in de goot aan de Zep,… het hoort er allemaal bij. ”

“Natuurlijk zullen we hen ook leren hoe je moet omgaan met Vlaamse meisjes”, pikt Vanhulle opnieuw in. “Niet alle grietjes die oranje fond de teint dragen of grote oorringen hebben hangen of kort gerokt zijn, zijn per se gewillig of bronstig. Die lessen zullen onze eigen jongens trouwens eveneens bijwonen, want zij hebben dat ook nog steeds niet door. Voor de lessen rond seksualiteit hebben we helaas nog geen bereidwillige leerkrachten gevonden. Wellicht schakelen we daar enkel naïeve stagiaires in. Die zijn er genoeg. Overigens, als die lessen dan uiteindelijk een beetje vlot zullen verlopen, kunnen we misschien een schooluitstapje naar Keulen plannen. Empirisch of proefondervindelijk onderwijs, daar houden we van.”

Ook lessen L.O. staan op het programma.

Ook lessen L.O. staan op het programma.

“Dat is nog niet alles”, zegt Rydant. “Van alle kleine hobbyvakjes zoals muzikale en plastische opvoeding houden we enkel lichamelijke opvoeding over. We hebben er lang over vergaderd maar zwemlessen zullen ze in ieder geval niet krijgen. Voor sommigen zou dat misschien iets te traumatisch kunnen zijn. De focus zal meer liggen op atletiekdisciplines zoals steeplechase of hordelopen. Stel dat ze de lessen over de vrije markteconomie niet meteen snappen en de politie wil tikkertje-verlos met hen spelen, dan brengen ze het daar dan toch al zonder kleerscheuren vanaf.”

“Als klap op de vuurpijl komt burgemeester Buyse hen uitentreuren vertellen over Wereldoorlog 1. Die lessen plannen we vooral naar de avond toe. Daardoor zullen die jongeren zo murw, loom en lusteloos van de lessen terugkeren dat de opvoeders er ’s avonds niet te veel omkijk meer zullen naar hebben.”

De Klaptand vernam ondertussen nog dat een aantal asielzoekers zo verbolgen was over het niveau van het onderwijs en de toestand van de gebouwen dat maar liefst 17 % van hen na de eerste lesdag meteen bij Neckermann is binnengestapt om een retourvlucht naar hun land van herkomst te boeken.

About Suzanne L. Vordmann

Epigrafe, grafologe en verwoed scrabbelaarster. Schrijft omdat er op Brussel-Vlaams en Rijsel-Frans toch niks meer te beleven valt.

2 comments

  1. Een unieke kans om onze zwakkere broeders en zusters iets van onze hoogstaande cultuur bij te brengen. De kinderziel uit een ver land kan nog het Nederlands aangeleerd worden. Bij hun Waalse leeftijdgenoten is dat minder eenvoudig. Eten kan altijd in het Frans, lessen rond seksualiteit kunnen het beste gegeven worden binnen het vak Nederlands aan de hand van de literatoren van de twintigste eeuw die onszelf de eerste beginselen daarvan hebben aangeleerd, toen die nog onbekend waren, dan wel de compensatie daarvan zijn, hetgeen wellicht de diepere achtergronden kan helpen verhelderen waarom de kinderen zo ver van huis zijn geraakt.

  2. Wat betreft de vrije markt in onze cultuur, bij ons die vrijheid zo hoog in het vaandel hebben: ook dit vak zou het beste mede in de lessen rond seksualiteit geïntegreerd kunnen worden in de meer omvattende discipline Nederlands. Economie is inderdaad van een filosofischer gehalte dan vaak wordt aangenomen, dat is aan ons bekend. En is ‘vrijheid’ in de Nederlandse taal uiteindelijk in de kern niet afgeleid van ‘vrij’, van vrijen?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*