NieuwsPolitiek

Gemeenteraad raakt verstrikt in grammaticale crisis

Wat begon als een nobele poging tot inclusie, eindigde dinsdagavond in een semantisch slagveld. De gemeenteraad van Dendermonde verzandde in een verhitte discussie over voornaamwoorden. Na zeven uur discussie over voornaamwoorden, zinsgender en interpunctierechten wist niemand nog wie wie was. De Klaptand reconstrueert een hallucinante avond.

Het was even na half negen toen voorzitter Els De Wael (CD&V) de zitting opende. ‘Collega’s, laten we vanavond spreken met respect’, klonk het. Een zinnetje dat ze zich later die avond diep zou beklagen.

Raadslid Julie Brusselmans (Vooruit) sprong immers meteen recht en vroeg: ‘Mag ik vragen dat u mij voortaan aanspreekt met die/hen? Ik voel me niet comfortabel bij ‘zij’. Dat is zo… binair’, aldus Brusselmans.

De Wael knikte begrijpend. ‘Uiteraard, Julie. Dus… hen wil nu het woord?’

‘Zij!’, klonk het vanop de oppositiebanken. ‘Of nee, hen! Wacht, wie spreekt er nu eigenlijk?’, schreeuwde Lander Meeussen (Vlaams Belang).

‘Ik!’, repliceerde Brusselmans.
‘Hen!’, voegde De Wael er aan toe.
‘Hen is ik!’, riep Brusselmans verontwaardigd.

‘Taal moet evolueren’

Waarop Meeusen het woord nam. ‘Ziet ge nu wat er gebeurt als ge de grammatica loslaat? We weten niet meer wie wie is! Straks dient er nog iemand een motie in tegen zichzelf!’

Brusselmans haakte daarop in. ‘Wij willen dat de stad een plek is waar iedereen zichzelf kan zijn, in alle grammaticale vormen. Taal is belangrijk. Het bepaalt wie we zijn. Wij willen gewoon aangesproken worden met de juiste pronouns’, aldus Brusselmans.

Meeussen hield het niet meer. ‘Ik dacht dat hen voor kippen was,’ mompelde hij. ‘Maar blijkbaar mag dat ook voor socialisten.’

Poëzie is de oplossing

Die uithaal was het moment voor Tom Bogman (Vooruit) om tussen te komen. Hij zette zijn bril recht, boog licht voorover en sprak met gedragen stem: ‘Collega’s, dit gaat niet enkel over voornaamwoorden. Dit gaat over identiteit, over bestaansrecht, over de vrijheid om vervoegd te worden zoals men zich voelt.’

Een instemmend geroezemoes ging door de zaal — tot hij vervolgde: ‘Als samenleving moeten wij streven naar een grammaticale democratie. Geen mens mag gedwongen worden tot een taalkundige vorm die niet de juiste klank van hun ziel weerspiegelt. Vandaag spreken we over ‘hij’ en ‘zij’. Maar wat met de participia? De voltooid deelwoorden? Wie spreekt voor de mensen die zich geweest voelen, of gedaan?’

Een stilte viel. Meeussen rolde met zijn ogen, terwijl Bogman verder ging. ‘Misschien moeten we deze crisis oplossen met poëzie’, klonk het ernstig.

“Wij zijn wie wij zeggen dat wij zijn,
maar soms zeggen wij wat wij niet zijn,
en dan zijn wij nog steeds,
al is het verkeerd vervoegd.”

Meeussen trok een gezicht alsof iemand een onleesbare bijzin in zijn koffie had gegoten. ‘Tom’, zei hij langzaam, alsof hij elk woord voorzichtig wilde wegen. ‘We zitten hier niet op een symposium van vervoegde participia. We hebben een stad te besturen. ‘Als ge u morgen als een bijvoeglijk naamwoord identificeert, moet ik dan een motie indienen om uw adjectieven te erkennen? Moet ik u aanspreken met groots of melo-dramatisch? En hoe zit het met uw lijdend voorwerp? Wordt dat ook vertegenwoordigd?
Ik zeg het u, de Dikke Van Dale gaat spontaan in staking als ge zo doorgaat!’, aldus Meeussen, die nu echt op dreef raakte.

Een gespannen stilte volgde, afgewisseld met zachte kuchjes uit de oppositie.

‘En als ge nu echt poëzie wil doen’, beet Meeussen er nog achteraan, ‘Doe dat thuis met uw katten, uw koffie en uw vervoegde participia. Hier in Dendermonde zijn wij praktische mensen. Wij spreken in zinnen die bestaan en moties die gelezen kunnen worden. Niet in existentiële metaforen.’

‘Woorden hebben gevoelens’

Brusselmans kreeg prompt nog meer steun uit uit haar eigen fractie. ‘Woorden hebben gevoelens. Zeker bijwoorden. Die voelen zich altijd onderschikt’, klonk het uit de mond van schepen van cultuur Tineke Wauters (Vooruit), die de pijnlijke stilte na de repliek van Meeussen aangreep om het woord te nemen.

‘We vergeten de kern. Taal is niet slechts een instrument, het is een ervaring, een ademhaling, een manifestatie van wie wij zijn. Zoals Rupi Kaur zegt: ‘I want to apologize to all the women I have called pretty before I’ve called them intelligent.’ En zoals Ocean Vuong schrijft: ‘The greatest crime is to have a soul in this world.’ Elke vorm van voornaamwoorddiscriminatie is een schending van de poëzie van ons bestaan.’

Ze pauzeerde even, keek rond alsof de woorden een echo moesten vinden. ‘En zoals Amanda Gorman ons leert: ‘For there is always light, if only we’re brave enough to see it.’ Onze voornaamwoorden zijn die lichtpuntjes! Wie hen niet erkent, ontkent het licht van de stad!’.

Meeussen zuchtte diep en nam opnieuw het woord terwijl hij schepen Wauters aankeek, zijn ogen groot van lichte paniek en verbazing. ‘Tineke’, begon hij langzaam, ‘ge hebt een manier van spreken die… eh… zo indrukwekkend is dat ik bijna vergeet dat ik nog bij de oppositie hoor. Het is alsof uw zinnen per ongeluk een nieuw alfabet hebben uitgevonden en ik sta hier met een vergrootglas naar de letters te staren, maar kunnen we misschien eerst beslissen wie wie is, voordat we de universele poëzie van voornaamwoorden gaan vieren?’

‘Ik heb de Dikke Van Dale geraadpleegd’, ging Meeussen verder, zwaaiend met een vergeeld exemplaar uit 1989. “Daar staat niets in over die/hen als persoon! Wat komt er hierna? Zelfstandig naamwoorden met gevoelens? Als ge wilt dat ik u met ‘hen’ aanspreek, dan moet ge met minstens twee zijn!’

Eerst onze iedereen

Brusselmans reageerde snedig: ‘Dat toont precies waarom taal moet evolueren, Lander. Jij zit nog vast in de onvoltooid verleden tijd.’

‘En gij in de werkwoordelijke waanzin’, beet hij terug. ‘Wij houden het simpel’, aldus Meeussen. ‘Eerst onze mensen!’

‘Wie zijn dat precies in de correcte voornaamwoorden?’, kwam De Wael tussen. Een vraag die Meeussen duidelijk niet had verwacht.

‘Wel… onze… hijs en haars? Of… hens?’, probeerde Meeussen de meubelen te redden.

‘Dus eerst onze hijs en haars en hens?‘, vroeg Brusselmans triomfantelijk.

‘Nee nee, eerst onze mensen!‘, probeerde Meeussen zich te herpakken.

‘Maar ‘mensen’ is een meervoud zonder gender’, pikte Brusselmans in. ‘Dat is per definitie inclusief. Dus eigenlijk zegt u: Eerst onze iedereen?’

Meeussen trok bleek weg. ‘Wat bedoelt ge? Dat onze slogan eigenlijk woke is?’

Voorzitter Els De Wael staarde intussen in de verte alsof ze heimwee had naar tijden waarin discussies op de gemeenteraad nog gewoon over de kwaliteit van de vuilniszakken gingen.

De oppositie fronste toen De Wael de vergadering even schorstte ’tot ieders grammaticale identiteit voldoende tot rust was gekomen’.

‘Is melk genderneutraal?’

Tijdens die pauze werd schepen Dirk Abbeloos (CD&V) op boze blikken getrakteerd toen hij grappend de vraag stelde of melk genderneutraal was en of halfvolle melk misschien in transitie was.

Na de onderbreking besliste de oppositie eensgezinds een statement te maken en de rest van de vergadering uitsluitend in de derde persoon over zichzelf te praten. Het maakte de spraakverwarring alleen maar groter.

Een tussenkomst van Tomas Roggeman (N-VA) maakt de taalchaos alleen maar groter. ‘Tomas vraagt zich af waar deze discussie over pronouns naartoe leidt. Tomas merkt dat de raad al urenlang in cirkels draait, dat iedereen elkaar corrigeert, en dat niemand nog weet wie wie is. Tomas vraagt zich af of deze woorden werkelijk de inclusie bevorderen, of dat Tomas samen met jullie gevangen zit in een eindeloze grammaticale lus.

Marius Meremans, volledig meegezogen in de derde persoon, sprong zijn N-VA-collega meteen bij. ‘Marius hoort Tomas’ vraag en Marius vraagt zich hetzelfde af. Marius voelt dat Marius’ eigen pronouns door Tomas’ vraag worden bedreigd. Marius denkt dat als Marius Marius niet correct kan vervoegen, iedereen in de raad in een grammaticaal zwart gat zal verdwijnen.’

‘Als iedereen zichzelf correct wil vervoegen, en iedereen in de derde persoon spreekt, en iedereen pronouns respecteert… leidt dit dan tot harmonie, of enkel tot een eindeloze lus waarin onze voornaamwoorden eeuwig ronddraaien?’, vraag Meremans zich af.

De stilte was absoluut. Iedereen voelde het: dit was het punt waarop grammatica en identiteit samensmolten tot één grote, absurde chaos. Een zucht van opluchting weerklonk toen voorzitter Els De Wael de zitting nogmaals schorstte.

Na de nieuwe onderbreking probeerde De Wael de orde meteen te herstellen door iedereen toe te spreken met ‘collega’s’. Daarop vroeg Brusselmans zich luidop af of er geen woord was dat neutraler klonk. ‘Iets met meer empowerment en minder patriarchale klankkleur’, aldus Brusselmans.

Meeussen kwam daarop met het voorstel om iedereen voortaan gewoon met ‘Ge’ aan te spreken. ‘Dat is tenminste duidelijk’.

‘Simplificatie is onderdrukking’

Schepen van Cultuur Tineke Wauters reageerde echter scherp op ‘deze bedreiging van het Algemeen Nederlands’. ‘We moeten ook rekening kon houden met mensen die zich identificeren als voltooid deelwoord. ‘Ik ben niet wie ik ben, ik ben wie ik geweest ben,” zei Wauters enigszins poëtisch.’

Ook gemeenteraadslid Pascal Putteman (CD&V) kwam even tussen en probeerde uit te leggen dat ‘voornaamwoorden eigenlijk dienen om communicatie te vereenvoudigen’. ‘Simplificatie is onderdrukking!’, beet Brusselmans hem toe.

‘Geen taks, maar een taalkundige stimulans’

Vanuit de fractie van Vernieuwing kwam de vraag of ‘wij’ nog gebruikt mocht worden. ‘Of klinkt dat te collectief?’, vroeg fractieleider Stijn Pluym zich af. Pluym pleitte voor respect voor de vrije markt van de grammatica. ‘Voor onze fractie’, begon hij, ‘moet iedereen volledig vrij zijn om zijn, haar of hun voornaamwoord te kiezen — op elk moment van de dag. Wie zich ’s ochtends een ‘hij’ voelt en ’s avonds een ‘die’, moet dat kunnen. Taal is tenslotte een kwestie van persoonlijke verantwoordelijkheid.’

Schepen van administratieve vereenvoudiging en digitalisering Laurens Hofman trad zijn fractieleider bij. Hofman stelde voor om een app te bouwen waarin burgers dagelijks hun grammaticale identiteit kunnen registreren. ‘Wie zijn vervoeging wil wijzigen, betaalt gewoon een kleine administratieve bijdrage’, verduidelijkte hij. ‘Dat is geen taks, dat is een taalkundige stimulans. De stadskas kan er maar wel bij varen.’

Hofman stelde ook voor om subsidies in te voeren voor burgers die een nieuw voornaamwoord uitvinden.

Bijlage bij het huishoudelijk reglement

De verwarring culmineerde toen raadslid Meeussen daarop een amendement indiende om ‘de officiële aanspreekvormen van de gemeenteraadsleden’ vast te leggen in een bijlage bij het huishoudelijk reglement. Die bijlage bleek uiteindelijk langer dan het hele meerjarenplan voor de volgende legislatuur.

Intussen had voorzitter Els De Wael het helemaal gehad. Ze zat met haar handen in het haar, haar bril scheef op haar neus. ‘Collega’s!’, riep ze plotseling, zo hard dat de echo door de raadzaal galmde.
‘Ik kan dit niet meer volgen! Ik ben voorzitter, geen vertaler van participia, noch ambassadeur van emotionele bijwoorden!’

‘Vanavond begon ik met een simpele wens: spreken met respect! En nu… nu zitten we midden in een existentieel seminarie over voornaamwoorden, poëzie en pronoun-subsidies!’, ging De Wael verder. ‘Ik wil mijn leven terug!’

‘Het gaat om identiteit, niet om orde’

De voltallige raad keek haar aan, met een mengeling van medelijden, schuldgevoel en lichte paniek. Tom Bogman probeerde haar nog te kalmeren: ‘Els, het gaat om identiteit, niet over orde.’

De Wael stond op, sloeg haar armen wanhopig in de lucht en riep: ‘En nu is het echt genoeg! Ik ga niet toestaan dat iemand hier nog wordt aangesproken als zelfstandig naamwoord of voltooid deelwoord!
Collega’s, dit is een gemeenteraad, geen poëtisch laboratorium! Wie van jullie morgen wil veranderen in een bijvoeglijk naamwoord, mag dat buiten de raadszaal doen!’

Schepen Tineke Wauters vroeg zich bij zichzelf af of ze de situatie moest ontmijnen met een citaat van een hippe auteur, maar De Wael had al haar bril afgedaan en staarde enkel nog naar het plafond, terwijl de stadssecretaris, zichtbaar op de rand van een grammaticale burn-out, vroeg hij hoe hij deze discussie in godsnaam moest notuleren.

‘Schrijf gewoon: ‘Iedereen sprak, niemand luisterde, iedereen voelde zich correct vervoegd’, zei De Wael vermoeid, waarop burgemeester Leen Dierick het afsluitende woord voor haar rekening nam: ‘Vandaag vieren wij dat iedereen in Dendermonde zichzelf mag zijn — ongeacht wie, wat of hoe vaak men vervoegd wil worden.’

Jean-Pierre De Stamper

Senior writer. Ouderdomsdeken en veelschrijver van de redactie. Begon zijn carrière in de media bij The Bostroë Globe. Belandde via omzwervingen langs Het Appels Handelschblad en Den Aagemse Courant bij De Klaptand.

Gerelateerde artikels

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button