(c) Geert De Rijcke

Vriend en vijand unaniem: “Piet Buyse gezegend met kolossale knoeperd van een klokkenspel!”

Piet Buyse maakt indruk. Niet alleen door bij de recente gemeenteraadsverkiezingen een eclatante pyrrusoverwinning achter zijn naam te schrijven, maar vooral dankzij het giganteske klokkenspel waarover de stadsbestierder blijkt te beschikken. “Ach, velen hebben de klok horen luiden, maar weinigen weten waar de klepel hangt”, insinueert hij enigszins cryptisch. Een communicatiestrategie die de immer minzaam zwaaiende stadsführer wel eens vaker toepast.

“Mijn klokkenspel is fors! Het is struis, stoer en solide. Robuust is het. Potig! Kloek! Pront! Daarom mag enkel beiaardier Laurenz het beroeren. Enkel aan zijn mooie, gracieuze, welwillende handen vertrouw ik mijne koene klokjes toe. Enkel hij weet écht hoe hij mijn barbaarse bellen kan laten klingelen, klepelen, jodelen en juichen van pure jubel. Hij poetst ze secuur en blinkt ze minutieus op. Desnoods met moekeszalf. Ik sta het welwillend toe.”

Buyse houdt maar niet op: “Mijn klokkenspel is historisch! Erfgoed, zelfs. Maar wel tweedehands en dus niet meer spiksplinternieuw. Ik betreur dat er al anderen met hun smerige heidense poten aangezeten hebben, maar gedane zaken nemen geen keer. Dankzij mijn klokkenspel zullen we een mooi eind kunnen breien aan al dat gedoe rond 100 jaar ’14-‘18. Het is stilaan welletjes met al die herdenkingen. Desalniettemin is de Groote Oorlog ook vandaag nog relevant. Binnen mijn partij, bijvoorbeeld.”

“Na de verkiezingen werd her en der gezegd dat ik niet genoeg ballen aan m’n lijf zou hebben. Daarom ben ik samen met de stadsbeiaardier op zoek gegaan naar een nieuw klokkenspel. Aanvankelijk wilden we dat niet aan de grote klok hangen. Net zoals dat voorakkoord met de N-VA dachten we ook dit stilletjes te laten passeren. Ik pak niet graag uit, sta niet graag in de spotlights noch in de krant. Ik ben eerder de stille kracht die opereert vanuit het verborgene. Beoordeel mij maar op mijn verwezenlijkingen, i.p.v. op mijn media-imago.”

“Eerst dachten we als eerbetoon het klokkenspel van Jozef Dauwe over de stad te laten banjeren. Maar veel meer dan een stofwolk, een scheve hoge do en een si b mol mineur kwam daar niet meer uit. Daarom komen er dus andere klokken. Klokken die we een naam zullen geven. De klok die elk kwartier klept en de mensen aldus danig op de zenuwen werkt, wordt Klokke Dierick. De klok die enkel luidt bij begrafenissen dopen we Klokke Roggeman. De klok die zo’n hoge toon produceert dat niemand er aandacht aan besteedt noemen we Klokke Verwaeren of Klokke Tas, daar zijn we nog niet uit.”

“Alleen een stormklok ontbreekt aan het geheel. Zo’n klok die, als het ooit nodig zou zijn, de götterdämmerung kan inluiden met een geluid dat het geraas van de ruiters van de Apocalyps moeiteloos overstemt en brave burgers laat verstijven van pure horror en angst. Over zo’n klok beschikken we niet. Maar in zo’n geval, hangen we gewoon Marius Meremans in de klokkentoren. Holle vaten klinken namelijk het hardst.”

About Suzanne L. Vordmann

Epigrafe, grafologe en verwoed scrabbelaarster. Schrijft omdat er op Brussel-Vlaams en Rijsel-Frans toch niks meer te beleven valt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*