Joost Dierickx stopt met Theatercafé en trekt zich terug in karige hut in groot, donker bos

Eind dit jaar hangt Joost Dierickx zijn kasteleinschort van het Theatercafé aan de wilgen. Of aan een lagere boomsoort. Gezondheidsproblemen nopen hem ertoe de tapkraan stilaan dicht te draaien. “Ze zaten hier allemaal zo vaak op mijn kap of op mijn poef, dat ik er iets in mijn rug heb aan overgehouden”, sakkert Joost. De Klaptand hijst zich met klaarblijkelijk gemak op een van de comfortabele barkrukken voor een zoveelste gortdroge sherry en een toogbabbel over Joosts toekomstplannen.

“Jarenlang heb ik het beste van mezelf gegeven in het Theatercafé en in Café Jardin. Ik heb eindeloos geluisterd naar zat gewauwel en betekenisloos geneuzel van Jan en alleman. Zeker ‘ge-weet-wel-wie’ kan een aardig stukje melken. Maar nu is het genoeg. Ik trek me volledig terug uit het Dendermondse sociale leven en verkas naar mijn oorspronkelijke biotoop: mijn karige hut aan de rode paddenstoel in het grote, donkere bos.”

joost01

“Ik ben zeker niet bang om in een zwart gat te vallen”, verkondigt Joost. “Het is eerder van die magische waterput dat ik schrik heb. In zo’n donker bos zie je namelijk geen kl*ten, dus voor je ’t weet heb je ‘r gelegen. Die put is van mijn buurman, Malegijs. Een seniele, ouwe wijvenzot. Dat hij zich maar koest houdt, of ik smeer hem een klacht wegens illegaal stoken aan zijn broek. Wat die allemaal in zijn toverketel laat pruttelen en borrelen, hou je niet voor mogelijk. Zelfs ik zou die bucht niet durven te verlappen aan mijn klanten. Dat daargelaten heb ik hem nog altijd liever dan de freak van hier een beetje verder die om de vijf voet komt stoefen dat ‘niemand weet hoe hij heet’ en dan steevast zelf zijn naam verklapt. Of dan die belegen feeks die de helft van het magazijn van de Vondelmolen heeft opgekocht om haar chalet op te trekken. Heel dat woud hier meurt naar kaneel.”

“Voor de rest denk ik dat ik mijn dagen wat ga vullen met ritjes maken op Rammelaar, mijn toegewijd konijn. Ik zal dan wat zwaaien naar de dartele hertjes en snoezige eekhoorntjes die ons pad kruisen. ‘k Hoop alleen dat we niet te vaak op slijmerige draken stuiten. Daar zie ik wel wat tegenop. Niet dat ik er schrik van heb, hoor. Ik heb aan mijn toog de voorbije jaren meer dan genoeg monsters getrotseerd die zulke giftige zwaveldampen uitwasemden dat je je kop nog liever in een emmer met 48 rotte eieren stak. Aan wolven heb ik ook een teringhekel. Ofwel blazen ze gestaag de ruwbouw van die drie Poolse varkens plat, ofwel lopen ze hier wat rond als overjaarse travestieten en vallen ze betweterige kinderen, die onbegrijpelijkerwijs zonder ouders op stap zijn, lastig. Akkoord, elk ’t zijn, maar het moet een beetje appetijtelijk en ethisch blijven.”

“Wat ik me wel afvraag,” verzucht XL-kabouter Dierickx, “is of ik tussen het geboomte wel genoeg aan mijn trekken zal komen. Ik ben nog erg viriel, nog lekker swag. Mijn coconuts zijn lang niet uitgedroogd. Hier in ’t café moest ik maar slinks knipogen naar een zwoele zwartharige met een paardenstaart of een rondborstige rosse met een scheve froufrou of we gingen samen al ‘een ander vat steken’. Maar wat loopt er rond in zo’n bos? Kwaaie stiefmoeders met snorren, trunten met glazen muilen of bleke seuten die samenhokken met achondroplasten… geen spek voor mijn gulzige bek. Dan lik ik nog liever langzaam aan een zompige pad! Het laatste treffelijke mokkel dat ik in ’t woud heb binnengedaan, had 100 jaar liggen ruften in haar nest. De tamme trees. Je wil niet weten hoe dik de groene laag vlokschimmel op haar bek was!” gruwt Joost na.

“Waar ik wel naar uitkijk, is kunnen uitslapen op zondagmorgen. Dat heb ik jaren niet kunnen doen. Dus ik hoop van harte dat de jagers niet te luid lopen te hagelen. Nu goed, die moeten ook hun job doen. Maar ik zweer het u, het eerste haasje dat op een zondagochtend voor 10 uur op mijn vensterraam komt tikken om het uit de nood te helpen, knal ik zelf door zijn kop!”

Joost op Rammelaar, zijn trouwe metgezel.

Joost op Rammelaar, zijn trouwe metgezel.

About Suzanne L. Vordmann

Epigrafe, grafologe en verwoed scrabbelaarster. Schrijft omdat er op Brussel-Vlaams en Rijsel-Frans toch niks meer te beleven valt.

One comment

  1. Joost is toe aan rust, laten we hem niet te veel lastigvallen.
    Hij moet in het bos nog een beetje in de rol komen van de oude wijze man.
    Dat vereist enige bijstudie.
    Hij heeft zijn klanten altijd sprookjes opgehangen, en is daar duidelijk zelf het slachtoffer van geworden. Met een extra glas bier is dat makkelijk zat.
    Nu komt het eropaan dat Dierickx langzamerhand weer terug tot de werkelijkheid komt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*